Het aanplanten van bomen en fruitbomen

Het aanplanten van (fruit)bomen

Graaf een gat van ongeveer 0,5 meter diep, maak de bodem van het gat een steekdiep los. Zorg dat de wortels ruim in het gat passen.

Plaats nu eerst de boompaal, ca. 20 cm uit het hart van het gat aan de windkant van de boom (meestal is dit de Zuidwest zijde). Boompalen zijnΒ  gemiddeld twee groeiseizoenen nodig, daarna heeft de boom in de regel voldoende wortels gevormd om zelf recht te blijven staan.

Meng de bestaande grond (uit het gat) voor de helft met bemeste tuinaarde of aanplantgrond voor een goede structuur van de grond. De boom kan dan goed kiemwortels maken. In aanplantgrond zitten planteigen schimmels om snel een mooie wortelpruik te krijgen.

Tips voor het planten van bomen:

  • Bevochtig de wortels
  • Houdt een eventuele ent knobbel ongeveer 5cm boven de grond, dit om wortelvorming te voorkomen.
  • Als het plantgat 2/3 gevuld is drukt u de grond licht aan
  • Zet de boom zo hoog mogelijk vast aan de boompaal met boomband
  • Plant bomen nooit dieper dan ze hebben gestaan op de kwekerij!
  • Geef de boom ruim water, zodat de grond goed bij de wortels komt

Als de boom in de winter is geplant: Houdt de boom tot en met het einde van de zomer in de gaten met water geven. Als een boom is uitgelopen verdampen ze veel vocht, dus dan niet uit laten drogen. Liever 2 tot 3 keer per week voldoende water met bijvoorbeeld een slang, dan iedere dag net te weinig met de gieter. Volgend voorjaar zal de boom veel meer op eigen kracht kunnen doen. Houdt de boom wel in de gaten tijdens droge periodes.

Als de boom in het voorjaar is gepoot, let dan volgend voorjaar ook goed op of de grond voldoende vochtig is. Bij droge periodes maak je de grond eerst nat. Daarna ga je β€˜echt’ water geven, dan neemt de grond het water ook echt op!

 

Volg ons op instagram @Tuincentrumgooiker